Externe veiligheid - Lokaal en Regionaal beleid
Enkele belangrijke begrippen uit het ‘werkveld’ externe veiligheid worden hier verduidelijkt:
Omgevingswet
De maatschappelijke doelen van de Omgevingswet zijn het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Bij het beschermen gaat het om het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Om deze doelen te bereiken, kent de wet instrumenten voor overheden. Zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan, en algemene regels van het Rijk. Uitgangspunt is dat overheden bij de inzet van deze instrumenten zo vroeg mogelijk kijken naar externe veiligheid. Zo kunnen zij een brand, ramp of crisis voorkomen of de gevolgen ervan beperken.
Omgevingsvisie
In onze Omgevingsvisie zijn de uitgangspunten en wensen voor de fysieke leefomgeving vanuit verschillende thema’s in beeld gebracht. De omgevingsvisie geeft richting aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan. Door in een vroeg stadium aandacht te hebben voor het veilgheidsbelang is het eenvoudiger om de veiligheid bij de uitwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsplan te waarborgen. Bijvoorbeeld door te zorgen voor voldoende afstand tussen een risicobron en een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie.
Omgevingsplan
In het omgevingsplan worden regels opgenomen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling houdt ook in dat ze voldoende rekening houdt met het belang van een veilige leefomgeving. Het gaat daarbij om:
- de bescherming van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van een risicovolle activiteit, en
- het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving in bredere zin (schade aan gebouwen en het milieu) bij een ongeval bij een risicovolle activiteit.
Groepsrisico
Het groepsrisico is de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit. Bij risicovolle activiteiten worden aandachtsgebieden aangewezen. In deze aandachtsgebieden, moet in het omgevingsplan rekening gehouden worden met het risico van brand, explosies of gifwolken. In het omgevingsplan kunnen deze gebieden aangewezen worden als aandachtsgebieden. Dan gelden daar aanvullende bouwkundige eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Plaatsgebonden risico
Als de afstand tot de risicobron maar groot genoeg is, dan kun je 100% veiligheid bereiken. Nederland is te klein om grote afstanden te hanteren. Daarom is gekozen voor het bieden van een basisveiligheid aan burgers door de norm voor het plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans dat een onbeschermd persoon op een bepaalde plek komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen.
PR10-6 is een eenheid voor ‘een miljoenste dood’. Dat is in Nederland de kans per jaar dat een onbeschermd persoon op een zekere plek kan overlijden als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Binnen deze contour is het risico groter en gelden beperkingen. Kwetsbare objecten, zoals woningen in hoge dichtheid of ziekenhuizen, zijn niet toegestaan binnen de contour. Beperkt kwetsbare objecten, zoals verspreid liggende woningen of winkels, zijn alleen toegestaan als daar een goed gemotiveerde reden voor is.
Risicobronnen en regelgeving voor externe veiligheid
Binnen externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen stationaire risicobronnen en mobiele risicobronnen. Onder stationaire bronnen worden bedrijven verstaan die gevaarlijke stoffen zoals LPG en propaan in grote hoeveelheden toepassen in hun productie proces en/of opslaan. Mobiele risicobronnen zijn de grote transportaders binnen Nederland waar gevaarlijke stoffen in bulk worden vervoerd. Deze transportaders zijn zowel wegen als spoorwegen en wateren. Daarnaast vindt er ook transport van gevaarlijke stoffen plaats in de buisleidingen. Deze wijze van transport wordt vaak ook geschaard onder mobiele transportbronnen. Zowel de gemeente als de landelijke overheid heeft de verplichting om de ligging van deze bronnen weer te geven op een landelijke risicokaart.
Stationaire risicobronnen
Bij externe veiligheid in relatie tot milieubelastende activiteiten gaat het om het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij onder meer om LPG-tankstations, opslagplaatsen, ammoniakkoelinstallaties, spoorwegemplacementen en bedrijven die onder het Besluit risico's zware ongevallen vallen.
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) verplicht gemeenten en provincies rekening te houden met deze eisen bij het verlenen van vergunningen en het maken van het Omgevingsplan. In het Bkl is een harde norm opgenomen voor het plaatsgebonden risico. Voor het groepsrisico bevat het Bkl de criteria voor de begrenzing van de aandachtsgebieden. Daarnaast worden de milieubelastende activiteiten aangewezen waarvoor vaste afstanden gelden en waarvoor het aandachtsgebied moet worden berekend. Binnen een aandachtsgebied moet rekening gehouden worden met het groepsrisico. Een aandachtsgebied kan opgenomen worden in het Omgevingsplan als voorschriftengebied. Dat is verplicht als er zeer kwetsbare gebouwen zijn vlakbij brand- of explosierisico’s.
Mobiele risicobronnen
Bij externe veiligheid in relatie tot mobiele bronnen gaat het om het beheersen van de risico’s die ontstaan voor de omgeving bij transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor.
De regels waarin beschreven wordt hoe met deze risico’s omgegaan moet worden zijn opgenomen in de Regeling basisnet, het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Beleidsregels EV-beoordelingen tracébesluiten. Het Basisnet biedt de gemeente duidelijkheid over de maximale risico’s die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Die maximaal toelaatbare risico’s zijn met de bijbehorende risicozones voor alle relevante spoor-, weg- en vaarwegtrajecten in tabellen vastgelegd. Het basisnet bestaat uit drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water.
Doelen van het Basisnet zijn:
- gevaarlijke stoffen kunnen vervoeren tussen de belangrijkste industriële plaatsen in Nederland en het buitenland, ook in de toekomst;
- risico’s voor omwonenden langs de routes binnen wettelijke grenzen houden;
- duidelijkheid verschaffen aan gemeenten over waar wel/niet gebouwd mag worden.
Bij de vaststelling van het Basisnet is rekening gehouden met het Omgevingsplan van gemeenten (ongeacht de ontwikkelingsfase van de plannen). Op deze manier houdt het Basisnet rekening met de komende ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van de transportroutes. Daarnaast wordt er in het Basisnet ruimte gecreëerd voor de groei van het transport van gevaarlijke stoffen: de risicoruimte die het transport krijgt toebedeeld is gebaseerd op vervoersprognoses. Hierdoor wordt voorkomen dat er nieuwe veiligheidsknelpunten ontstaan.
Gemeenten kunnen wegen op hun grondgebied aanwijzen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het gevolg van zo’n besluit is dat gevaarlijke stoffen dan alleen over de aangewezen wegen vervoerd mogen worden. Staphorst heeft binnen de gemeente één route aangewezen namelijk een deel van de N377.
Buisleidingen
In Nederland ligt ongeveer 15.000 km buisleiding voor hogedruktransport van gevaarlijke stoffen. Het gaat vooral om aardgas en brandbare vloeistoffen. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn voorschriften voor burgers en bedrijven opgenomen. De voorschriften gaan om het voldoen aan preventiebeleid, het veiligheidsbeheerssysteem, het plaatsgebonden risico en afstanden voor aandachtsgebieden. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan de voorschriften voor het bevoegd gezag.
Voor de gemeente houdt dit met name in dat binnen de risicocontour (PR) geen kwetsbare objecten zoals woningen en ziekenhuizen gebouwd mogen worden en bij voorkeur ook geen beperkt kwetsbare objecten zoals kantoren en sportterreinen. Daarnaast moet een strook vrijgehouden worden zodat onderhoud gepleegd kan worden aan de betreffende leiding. Beide reserveringen moeten opgenomen worden in het Omgevingsplan. De exploitant neemt de algemene zorgplicht in acht ter voorkoming van ongewone voorvallen, zorgt ervoor dat de leidingen voldoen aan de wettelijke constructie eisen en voert eventuele saneringen uit.
Kwetsbare Gebouwen en Locaties
Met de komst van de Omgevingswet zijn er een aantal dingen rondom het beleid externe veiligheid veranderd. Zo zijn aandachtsgebieden een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico, maar werd er met Kwetsbare Gebouwen en Locaties (KGL’s) ook een nieuwe categorie toegevoegd aan het Register Externe Veiligheid. Dit zijn gebouwen die overheden extra moeten beschermen tegen externe veiligheidsrisico’s. De kwetsbaarheid van gebouwen of locaties is afhankelijk van een aantal criteria:
- het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is, de aanwezigheidsduur van personen;
- in hoeverre personen zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident.
Drie categorieën gebouwen en locaties
- Zeer kwetsbare gebouwen en locaties
Een ‘zeer kwetsbaar’ gebouw is een gebouw waar verminderd zelfredzame personen verblijven, dat wil zeggen mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Denk daarbij aan ziekenhuizen, verpleeghuizen, basisscholen, dagverblijven voor mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking, kinderopvang en gevangenissen. - Kwetsbare gebouwen en locaties
Kwetsbare gebouwen zijn gebouwen met een woonfunctie en bestemd voor nachtverblijf (voor zover het niet gaat om een beperkt kwetsbaar of een zeer kwetsbaar gebouw). Gebouwen en locaties zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn. Een voorbeeld van een kwetsbare locatie is een locatie voor evenementen in de open lucht voor ten minste 5.000 personen of een hotel waar meer dan 50 personen verblijven. - Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties
De overige gebouwen en locaties zijn beperkt kwetsbaar. Voorbeelden zijn verspreid liggende woningen in het buitengebied en locaties voor recreatief nachtverblijf waar niet meer dan 50 personen kunnen verblijven.
Wat doet de gemeente met KGL’s?
De gemeente kan met behulp van de externe veiligheidslagen in het Register Externe Veiligheidsrisico’s een goede verantwoording afleggen over de risico's van een activiteit met gevaarlijke stoffen in relatie tot de aanwezige Kwetsbare Gebouwen en Lokatie's (KGL’s). Zijn deze KGL's voldoende beschermt bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen? Hiervoor worden door de gemeente regels opgenomen in het omgevingsplan. Om zodoende deze gebouwen en locaties te beschermen tegen externe veiligheidsrisico's.